close
Agenda
naar publieksdag →
close
menu
publieksdag
Menu
wat-gaat-er-gebeuren
Wat gaat er gebeuren?
leven-met-een-tumor
Leven met een tumor
de-stichting
De stichting
care
Doneren
naar publieksdag →
achtergrondinformatie

Alles over tumoren

Verandering in verstandelijke vermogens & gedrag

Hersentumoren zijn de enige tumoren die door hun plaats in de hersenen een direct effect kunnen hebben op de persoonlijkheid en het psychisch functioneren. In het algemeen zijn de veranderingen in persoonlijkheid en gedrag voor de patiënt, familie en naasten moeilijker te hanteren dan de lichamelijke veranderingen, zelfs die van bijvoorbeeld een halfzijdige verlamming. Deze veranderingen worden in belangrijke mate veroorzaakt door de hersenschade die de tumor zelf heeft aangericht of als gevolg van vochtophoping rond de tumor, het omringende zogenaamde oedeem. Dit oedeem wordt vaak behandeldmet corticosteroidenDaarnaast kunnen ook de behandeling of een combinatie van behandelingen (operatie, radiotherapie, chemotherapie) en de medicijnen (dexamethason, anti-epileptica) leiden tot veranderingen in het denken en het gedrag.

Er kunnen algemene veranderingen in het functioneren optreden, maar ook veranderingen die afhankelijk zijn van de plaats van de tumor in de hersenen en van het feit of een tumor zich in de linker of rechter hersenhelft bevindt (zie figuur).

Schematische voorstelling van de hersenen met de centra voor beweging, gevoel, taal (om te spreken en te verstaan), en voor het zien, waarvan beschadiging een stoornis geeft van de betreffende functie. Naast deze zogenoemde eloquente hersengebieden, waar beschadiging van dat gebied directe gevolgen heeft voor het functioneren, zijn er zogenoemde ‘stille’ gebieden, waar functies zetelen, die niet opvallend gestoord raken bij beschadiging van het gebied, omdat ze kennelijk vervangbaar zijn door soortgelijke functies in andere gebieden die bij hetzelfde hersennetwerk zijn betrokken.

 

Frontaalkwab

Zo kunnen patiënten met een tumor in de frontaalkwab interesse verliezen in hun omgeving of kunnen zij geconfronteerd worden met stemmingsschommelingen en intellectuele achteruitgang. Daarnaast kunnen beperkingen ontstaan in het korte termijn geheugen (geheugen voor recente gebeurtenissen). Ook kunnen patiënten met tumoren in deze gebieden moeite hebben met het plannen en reguleren van hun gedrag. Dit is merkbaar in veel dagelijkse bezigheden en kan vooral voor de omgeving een enorme belasting betekenen. Zo kan bij voorbeeld een voorheen serieuze en nauwgezette persoon geleidelijk laconieke en onverschillige trekken gaan vertonen.

 

Parietaalkwab

Afhankelijk van de exacte locatie in de linker of rechter hersenhelft kunnen tumoren in de parietaalkwab op hun beurt leiden tot stoornissen in de waarneming en de ruimtelijke oriëntatie . De patiënt kan bijvoorbeeld voorwerpen die hij in zijn hand neemt niet goed herkennen, kan links niet van rechts onderscheiden, mist delen van de omgeving, of hij heeft problemen met het lezen en rekenen.

 

Temporaalkwab

Tumoren in de temporaalkwab kunnen onder meer aanleiding geven tot problemen met het zien, de reuk, de taalvermogens en het visueel geheugen. De patiënt kan dubbel zien en kan daarnaast last hebben van reukhallucinaties of kan uitval van een deel van het gezichtsveld hebben.

 

Occipitaalkwab

Tumoren in de occipitaalkwab geven vooral problemen met het zien. Zo kan er uitval van een helft van het gezichtsveld optreden. Opvallend hierbij is dat een patiënt soms niet door heeft dat er een deel van het perifere gezichtsveld ontbreekt. Dit laatste heeft vooral belangrijke consequenties in het verkeer.

Veranderingen in het functioneren die niet direct samen lijken te hangen met een specifieke plaats van de tumor kunnen plaatsvinden op drie verschillende niveaus: cognitief (dat wil zeggen: in de verstandelijke vermogens), emotioneel en gedragsmatig.

 

Cognitieve veranderingen

  • Aandachts- en concentratiestoornissen: er kan sprake zijn van een vertraagde snelheid van informatieverwerking, tragere denksnelheid, moeilijkheden met het concentreren en het richten en/of verdelen van aandacht
  • Geheugenstoornissen: problemen in de opslag van informatie in het korte termijn geheugen, problemen in de overdracht van de informatie naar het lange termijn geheugen, problemen bij het terughalen van eerder in het geheugen opgeslagen informatie. Geheugenstoornissen kunnen soms  veroorzaakt worden of toenemen door concentratieproblemen en kunnen hierdoor dan ook toenemen in drukke situaties met veel prikkels of afleiding
  • Bij stoornissen in de planning en uitvoering van doelgerichte handelingen kunnen problemen optreden met het formuleren van doelen en het plannen en uitvoeren van activiteiten. De effectiviteit van handelen kan daarnaast ook verminderen door onder andere gebrek aan ziekte-inzicht
  • Stoornissen in de waarneming en de beoordeling kunnen op meerdere manieren blijken:
    • negeren van alles (lichaam en omgeving) aan de aangedane zijde van het lichaam (neglect)
    • blindheid in een deel van het gezichtsveld. Dit heet hemianopsie als het de helft van het gezichtsveld betreft en kwadrant anopsie als een kwart (boven of onder) van het gezichtsveld is aangedaan
    • moeite hebben met het herkennen van voorwerpen en afbeeldingen (agnosie)
    • moeite hebben met het gebruiken van voorwerpen (apraxie)
    • het niet snel kunnen overzien van wat men voor zich heeft
    • stoornissen in het ruimtelijk waarnemen
    • Communicatiestoornissen kunnen als gevolg van een hersentumor kunnen velerlei oorzaken hebben. Er kan sprake zijn van woordvindingsproblemen of van taalbegrip (respectievelijk motore en receptieve afasie), maar er kunnen ook problemen zijn met de non-verbale communicatie.Daarnaast zien we nog wel eens dat patiënten te veel gaan praten en breedsprakig worden, of dat ze verbale informatie letterlijk gaan nemen nemen in plaats van symbolisch of dat ze gebruik gaan maken van vreemde woorden of zinnen. Dit alles moet worden onderscheiden van spraakstoornissen die het gevolg zijn van een verlamming van spieren die betrokken zijn bij het vormen van spraak of een coördinatiestoornis (door aantasting van de kleine hersenen). In die gevallen spreken we van dysartrie.

 

Emotionele veranderingen en gedragsveranderingen

  • Primaire emotionele veranderingen zijn vaak het directe resultaat van de veranderingen in de hersenen en lijken deels samen te hangen met de plaats van de tumor. Deze emotionele veranderingen kunnen in uiteenlopende gradatie voorkomen, variërend van zeer subtiel tot ernstig. Er kunnen zich persoonlijkheidsveranderingen voordoen, waarbij de rem op emoties minder wordt of zelfs helemaal wegvalt. In die gevallen kan de patiënt soms niet meer nuanceren of zelfs heel onredelijk worden. Dit kan in het ergste geval soms leiden tot asociaal gedrag, vloeken, agressie, snel huilen, een geprikkelde stemming, depressies en overspannenheid. Voor de omgeving kunnen deze gedragsveranderingen zeer belastend zijn, omdat het voorheen normale contact met de patiënt hierdoor vaak niet meer goed mogelijk is.
  • Emotionele veranderingen kunnen zich ook uiten in snelle vermoeidheid, of in  een verhoogde gevoeligheid voor licht, drukte en lawaai, maar dit is zeker niet bij alle patiënten zo
  • Zogenoemde secundaire emotionele veranderingen ontstaan als reactie van de patiënt op de vaak vreemde of onverwachte symptomen van de tumor. Dergelijke emotionele uitingen kunnen we vaak beter begrijpen, omdat ze samenhangen met verdriet over het verlies van bepaalde hersenfuncties en met het besef aan een ongeneeslijke en dodelijk vrlopende ziekte te leiden. Er is in die gevallen sprake van een rouwproces. Voor meer informatie over hoe een rouwproces werkt, kijk bij Reacties bij sterven en rouw.
  • Gedragsveranderingen kunnen soms optreden door een verstoorde sociale waarneming en sociaal bewustzijn: naarmate de grootte van de tumor toeneemt, kan de mogelijkheid tot zelfbewustzijn en de zelfbeoordeling afnemen
  • Bij een verstoorde zelfcontrole kan er sprake zijn van impulsiviteit, rusteloosheid of ongedulden is de patiënt niet in staat tot spontaniteit en flexibiliteit
  •  In sommige gevallen blijkt iemand niet meer in staat te zijn om te leren van ervaringen
  • Soms is er sprake van een catastrofereactie: een sterk emotionele en niet-invoelbare reactie, vooral bij confrontatie met dingen die niet goed gaan. Andersom komt het ook voor dat de patiënt juist weer onverschillig reageert in emotionele situaties
  • Specifieke emotionele veranderingen kunnen zijn: apathie, kinderlijkheid, verhoogde reactiviteit of impulsiviteit, prikkelbaarheid, ontremming, dwanglachen of -huilen, agressie, afgenomen of juist toegenomen seksuele interesses
  • Verlies van zelfredzaamheid. Dit kan zich uiten als  een afhankelijke opstelling en initiatiefverlies. De patiënt kan daardoor het gevoel krijgen niet voor vol aangezien te worden, hetgeen kan leiden tot frustraties, woede-uitbarstingen en gevoelens van machteloosheid en depressiviteit

 

laatst bijgewerkt 9 september 2019

Cognitieve veranderingen:

  • Neglect voor rechts: minder aandacht voor de door de tumor aangedane lichaamszijde en de ruimte daar omheen
  • Afasie: moeilijkheden met taal: spreken, taalbegrip, lezen, schrijven. De mate en het type van afasie kan erg verschillend zijn per persoon
  • Dysartrie: onduidelijke spraak, doordat de spieren voor het spreken (tong, wang, lippen) zijn verlamd. Hierdoor worden de woorden vervormd en minder verstaanbaar. Dit kan ook komen doordat de ademhaling en de stem niet goed samenwerken, met als resultaat: zachtere stem, hakkelende spraak met onverwachte pauzes
  • Apraxie: de patiënt weet niet meer goed hoe hij moet handelen
  • Agnosie: het niet meer kunnen herkennen van voorwerpen, geluiden of gezichten, hoewel de zintuigen wel werken. Ook kan het voorkomen dat de patiënt zich er niet of onvoldonde van bewust is dat hij bepaalde beperkingen heeft.
  • Moeite hebben met het onthouden van de volgorde van gebeurtenissen
  • De begrippen links en rechts worden verwisseld
  • Rekenen: zelfs eenvoudige optelsommetjes of het opnoemen van simpele reeksen (tellen, alfabet) kunnen problemen opleveren

 

Emotionele veranderingen:

  • Gebrekkig zelfvertrouwen en somberheid, afgewisseld met machteloze woede

 

Gedragsveranderingen:

  • Langzaam, onzeker en angstig gedrag, omdat de patiënt zich goed bewust is van wat er aan de hand is
  • Teruggetrokkenheid en minder initiatief

 

 

laatst bijgewerkt 9 september 2019

Cognitieve veranderingen:

  • Agnosie: het niet meer kunnen herkennen van voorwerpen, geluiden of gezichten, hoewel de zintuigen wel werken, ook is soms het ruimtelijk voorstellingsvermogen verminderd
  • Stoornissen in waarnemen en denken
  • Onduidelijke spraak
  • Verkeerd inschatten van tijd
  • Neglect voor links: minder aandacht voor de door de tumor aangedane lichaamszijde en de ruimte daar omheen. Hieronder een voorbeeld van een patiënt met een neglect voor links. De patiënt is gevraagd een klok te tekenen.
  • Geen of verminderd ziekte-inzicht

 

Emotionele veranderingen:

  • Veranderd gevoel voor humor
  • Vlakkere emoties, waardoor de patiënt onverschillig overkomt

 

Gedragveranderingen:

  • Geen of verminderd ziekte-inzicht -> overmoedig en riskant gedrag, ongevoeligheid voor correcties of adviezen
  • Impulsiviteit en gejaagdheid -> ziet er onrustig en chaotisch uit. De patiënt kan lastig structuur en orde aanbrengen

 

laatst bijgewerkt 9 september 2019

Voor een aantal veel voorkomende psychische symptomen volgen beknopt een aantal adviezen voor patiënten en hun naasten om met de eerder genoemde veranderingen / beperkingen in de praktijk om te kunnen (leren) gaan:

 

  • Traagheid en vermoeidheid: Houd bij dagindeling en speciale plannen rekening met het trage (denk)tempo, wissel activiteiten regelmatig af met pauzes, neem de tijd!
  • Aandacht en concentratie: Werk bij voorkeur in een rustige omgeving, deel taken op in meerdere stukken en werk niet te lang achter elkaar, breng structuur aan in de dag, neem voldoende de tijd en las regelmatig pauzes in, kijk op welk deel van de dag u het beste een bepaalde activiteit kan doen, maak een activiteit af voordat u aan een andere activiteit begint
  • Geheugen: aangezien veel patiënten klagen over hun geheugenprestaties is hier een apart hoofdstuk aan gewijd. Lees meer hierover op de pagina met praktische tips bij omgaan met geheugenproblemen .
  • Planning en structuur: Zorg voor een dagelijks / wekelijks vast patroon, maak een volgorde waarin activiteiten uitgevoerd worden, vermijd chaotische situaties, kies bij voorkeur bekende activiteiten, stop met activiteiten die niet lukken en probeer ze later nog eens
  • Oriëntatie: Geef voorwerpen een vaste plaats en breng vaste volgordes en ritmes aan in dagelijkse handelingen en activiteiten, bedenk oriëntatiesteuntjes
  • Waarnemen: Leg dingen op dezelfde plek, wees extra voorzichtig in het verkeer. Voor de naasten geldt: help de patiënt door feedback te geven (de patiënt is zich er soms niet van bewust dat hij dingen over het hoofd ziet en vooral bij verkersdeelname kan dat ernstige gevolgen hebben)
  • Communicatie: Breid de communicatieve mogelijkheden uit en vermijd vooral communicatie niet! Naasten doen er soms goed aan door te herhalen en samen te vatten wat de patiënt gezegd heeft. Ook hier geldt voor naasten dat zij blijven blijven luisteren en observeren en in eenvoudige en korte zinnen spreken, waarbij misverstanden door communicatiestoornissen altijd opgehelderd moeten worden. Ga indien nodig op zoek naar hulpmiddelen voor de patiënt om de communicatie te verbeteren
  • Omgaan met beperkingen: Probeer de realiteit te aanvaarden, probeer nieuwe manieren van omgaan met problemen samen uit te breiden, licht buitenstaanders in over de beperkingen en over een goede manier van omgaan met die beperkingen. Leer hoe je om hulp kan vragen, zoek passende activiteiten op. De naasten moeten alle pogingen waarderen, ook al zijn ze mislukt en blijf stimuleren dat de patiënt dingen zelf doet
  • Zelfinzicht: Verbeter de patiënt bij over- en onderschatting van zijn eigen capaciteiten, voorzie toekomstige problemen en probeer hier alvast structuur in aan te brengen
  • Anders zijn: Pas de eigen verwachtingen aan de reële mogelijkheden aan, probeer te accepteren dat ‘het gaat zoals het gaat’, benoem positieve ervaringen, zoek oplossingen voor de huidige situatie, biedt de patiënt duidelijkheid en wees voor uzelf consequent in wat u wel en niet accepteert
  • Gevoelsuitingen: Ga na wanneer prikkelbaarheid of agressie het meest voorkomt en houdt hier rekening mee, probeer gevoelsuitingen uit te lokken bij gevoelsvervlakking, bij impulsiviteit: eerst denken dan doen. Bij een depressie hulp zoeken van de huisarts voor medicatie. Help de patiënt door grenzen te stellen, ga niet mee in onbeheerste emoties

 

laatst bijgewerkt 9 september 2019